Kennis voor de zorgbranche om sterker te worden door financiële automatisering en innovatieve administratievoering.

Blijf op de hoogte

Pensioenfondsen Apothekers (SPOA) vs Huisartsen (SPH): wat zijn de verschillen?

Small change being put into piggy bank.jpeg

Eind 2017 hebben BPOA leden (de ca. 30 aanwezigen bij de algemene ledenvergadering) ingestemd met het aanpassen van de pensioenregeling. Dat was nodig omdat de premies niet meer voldoende waren voor de pensioenopbouw van 2018. Hoe kan het dat na kortingen op het pensioen in 2011, 2012, 2013 en 2014, er in 2018 een aanpassing van het beleid moet komen om te voorkomen dat er weer gekort moet worden? Hoe kan het dat andere pensioenfondsen hier niet mee zitten? Zo heeft SPH geen kortingen hoeven doorvoeren tijdens de crisis en heeft het een dekkingsgraad dat ruim boven de wettelijk verplichte marge ligt (waardoor de kans klein is dat SPH in de nabije toekomst een korting hoeft door te voeren voor haar leden). Om tot een verklaring te komen zal ik daarom in dit artikel een vergelijking trekken tussen SPOA en SPH.

Waarom zijn er kortingen doorgevoerd bij SPOA?

Volgens SPOA zijn de lage rentestand en de fors toegenomen levensverwachting de belangrijkste oorzaken van de kortingen. Omdat de rentestand laag is en de rekenrente waarmee pensioenfondsen mogen rekenen hieraan gekoppeld is, is de rekenrente die pensioenfondsen moeten hanteren ook laag. Hierdoor moeten pensioenfondsen meer financiële middelen in bezit hebben om hetzelfde pensioen te kunnen blijven garanderen. De lage rente heeft dan ook een grote impact op de voor pensioenfondsen vereiste reserves. Andere pensioenfondsen hebben echter ook met deze lage rekenrente te werken en zien de levensverwachting toenemen, maar hebben geen kortingen hoeven doorvoeren. De verklaring voor de kortingen valt dus niet alleen te vinden in deze externe omstandigheden.

SPOA behaalt hoger rendement op beleggingen

Een eerste verklaring zou het verschil in rendement kunnen zijn.

 

2016 2015 2014 2013 2012
SPOA 11,10% -0,10% 23,90% -0,70% 11,60%
SPH 8,51% 1,32% 14,7% 5% 12,1%

Indexatie en verlagingen
Een simpele rekensom leert echter dat SPOA de afgelopen jaren een hoger rendement heeft behaald dan SPH. In totaal heeft SPOA in de afgelopen 5 jaar 46% aan rendement behaald en SPH 42%. Wel vertoond het rendement van SPOA een grotere fluctuatie dan bij SPH. Ondanks de stijging de afgelopen 5 jaar, heeft SPOA wel tweemaal een (klein) negatief resultaat behaald.

In absolute aantallen, met betrekking tot indexatie, verschillen SPOA en SPH de afgelopen 7 jaar weinig van elkaar. SPOA heeft in deze periode een totale indexatie van 18% doorgevoerd en SPH 18.37%.

SPOA Onvoorwaardelijke indexatie Voorwaardelijke indexatie Verlaging
2017 1,5% 0  
2016 1,5% 0  
2015 3% 0  
2014 3% 0 -4,6%
2013 3% 0 -6,8%
2012 3%  0 -7,0%
2011 3% 0 -5,0%
SPH Voorwaardelijke Indexatie Ontwikkelingen van de lonen Stijging van de prijzen
2017 1,40%   0,44% 0,30%
2016 2,12%   1,57% 0,60%
2015 3,45%   0,00% 1,00%
2014 3,40%   2,16% 2,50%
2013 3,30%   0,902% 2,50%
2012 2,00%   1,72% 2,30%
2011 2,70%   0,00% 1,30%

Verschillen zijn wel te vinden in de al dan niet doorgevoerde verlagingen van de pensioenen. Bij SPOA is de afgelopen jaren 23.4% gekort op pensioenen. Wat betekent dat er bij BPOA leden, sinds 2011, 5.3% meer gekort is op het pensioen dan dat er aan indexatie is bijgekomen. Dit staat in schril contrast met SPH, waar geen korting is doorgevoerd. Dit leidt tot een verschil van 23,67% in het voordeel van SPH leden wat betreft indexatie en verlagingen. 

Onvoorwaardelijke indexatie?

Het andere grote verschil qua indexatie komt voort uit de voorwaarden voor indexatie. Bij SPH is de indexatie volledig voorwaardelijk en bij SPOA een combinatie van voorwaardelijk en onvoorwaardelijk. Over deze onvoorwaardelijke indexatie meldt SPOA het volgende:

SPOA: “Alle betrokken partijen hechten veel waarde aan de vaste verhoging (indexering) van uw pensioen, zoals die nu in de pensioenregeling is afgesproken. Daar willen partijen niet aan tornen”.

Door BPOA leden zelf is tijdens een algemene ledenvergadering gekozen om gebruik te maken van onvoorwaardelijke indexatie. Of dit wenselijk is, valt echter te betwisten. Dit betekent namelijk dat bij onvoorwaardelijke indexatie, SPOA de pensioenen moet verhogen als daar de financiële middelen niet toereikend voor zijn. In economisch goede tijden is een onvoorwaardelijke verhoging niet persé een probleem. In mindere tijden is dit anders. Zo is bij SPOA de 'vreemde' situatie ontstaan waarbij er in 2011, 2012, 2013 en 2014 zowel geïndexeerd (verhoging pensioen), als ook gekort (verlaging pensioen) is. In de praktijk ben je in die jaren als BPOA lid dan ook niets opgeschoten met de onvoorwaardelijke verhoging omdat er gelijktijdig nog meer is gekort.

De onvoorwaardelijke indexatie mag dan gegarandeerd zijn (tijdens de laatste verlaging zijn de pensioenen naar boven gecorrigeerd ter compensatie), de hoogte hiervan bleek de laatste jaren niet stabiel. Zo is de hoogte van de onvoorwaardelijke indexatie de afgelopen jaren tweemaal naar beneden bijgesteld (2008-2009 van 5% naar 3% en 2015-2016 van 3% naar 1.5%). Een positieve trend naar mijn mening. In 2017 zijn er dan ook maar 10 (2.86%) van de 350 pensioenregelingen die gebruikmaken van een onvoorwaardelijke indexatie (9x combinatie onvoorwaardelijke + voorwaardelijk en 1x uitsluitend onvoorwaardelijk) (bron DNB).

Pensioenopbouw SPOA

Wat betreft pensioenopbouw hebben SPOA en SPH duidelijk een andere koers gekozen. SPOA heeft gekozen voor een beleid met een lage dekkingsgraad en een hoge pensioentoezegging. Dit risicovolle beleid heeft in goede tijden geleid tot hoge pensioenopbouw/-uitkering. Dit beleid heeft er de laatste jaren echter ook toe geleid dat BPOA-leden op de blaren hebben moeten zitten, met name in de vorm van kortingen. Er is te weinig speelruimte in mindere tijden:

SPOA: “De uit de uitvoeringsovereenkomst voortvloeiende premieomvang is klein in relatie tot de pensioenverplichtingen, waardoor de sturingskracht van premie-aanpassingen beperkt is”.

Met name de combinatie van onvoorwaardelijke indexatie, een lage dekkingsgraad en 'crisis' tijden lijken het recept voor het moeten doorvoeren van verlagingen. Onvoorwaardelijke indexatie kan alleen renderen als er voldoende reserves (hoge dekkingsgraad) worden opgebouwd in goede tijden, zodat deze reserves aangeboord kunnen worden om aan verplichtingen (onvoorwaardelijke indexatie) te voldoen in mindere tijden (zoals nu, bij  een lage rentestand en forse toename van levensverwachting).

“Van oudsher een beleid gevoerd om de dekkingsgraad laag te houden in ruil voor en hogere pensioentoezegging voor de deelnemers. Dat paste bij de kenmerken van de beroepsgroep.”


Pensioenopbouw SPH

SPH heeft voor een beduidend conservatiever beleid gekozen. Het garandeert minder dan andere pensioenfondsen en verhoogt (als het meezit) met stapjes het pensioen. Hierdoor heeft het ook in de crisis niet terug hoeven vallen op noodgrepen, waarbij met name de jongeren betalen voor de pensioenen van de ouderen, en zijn de pensioenen ook tijdens de crisis 'gewoon' verhoogd. Dit beleid geeft deelnemers meer zekerheid over de hoogte van het pensioen. Anderzijds zijn hierdoor in het verleden ook niet altijd even hoge toezeggingen gedaan als door andere pensioenfondsen in dezelfde branche.

Pensioenopbouw in cijfers

Het verschil in beleid is ook terug te zien in de cijfers (dec. 2017)

SPOA Pensioengegevens 2017 Aangepaste Pensioenregeling
  voorbeeld salaris  € 50.000,00  € 50.000,00
A Pensioengrondslag (salaris minus franchise)  € 36.877,00  € 36.877,00
B Opbouwpercentage ouderdomspensioen 1,30% 1,20%
C jaarlijkse pensioenopbouw in Euro's bij een salaris van 50.000 (C=A*B)  € 479,40  € 442,52
D Opbouwpercentage nabestaandenpensioen 1,31% 1,21%
E Jaarlijkse opbouw nabestaandenpensioen in Euro's  € 484,20  € 446,95
F Percentage jaarlijkse premie 22,70% 26,80%
G Jaarlijkse premie in Euro's  € 8.371,08  € 9.883,04
H Pensioengerechtigde leeftijd 67 68
SPH Pensioengegevens Vrijgevestigde huisarts Waarnemer
  WuO (Winst uit Onderneming) € 55.000,00 € 55.000,00
A Pensioengrondslag (salaris minus franchise)  € 41.877,00  € 41.877,00
B Opbouwpercentage ouderdomspensioen 0,85% 0,54%
C jaarlijkse pensioenopbouw in Euro's bij een salaris € 355,84 € 295,44
D Opbouwpercentage nabestaandenpensioen ? ?
E Jaarlijkse opbouw nabestaandenpensioen in Euro's ? ?
F Percentage jaarlijkse premie 21,6% 14%
G Jaarlijkse premie in Euro's € 9.050,20 € 7.588,33
H Pensioengerechtigde leeftijd 67 67

 Het deel van de premie dat naar de jaarlijkse pensioenopbouw gaat (dus zonder indexatie) was bij SPOA 5,73% (=B:F), maar is sinds de aanpassing die 7 december 2017 is goedgekeurd, naar 4,48% gedaald. Ook dit is nog beduidend hoger dan bij SPH, waar 3,94% van de premie van vrijgevestigde huisartsen naar de opbouw gaat en 3,86% naar waarnemend huisartsen. Bij SPOA krijg je dus meer pensioen voor je inleg.

Conclusie: het omgaan met verwachtingen

Al met al zit het grote verschil tussen SPOA en SPH dus niet in de externe omstandigheden of het beleggingsresultaat, maar in het beleid. SPOA heeft duidelijk gekozen voor een risicovol beleid, met lage dekkingsgraad, een deel onvoorwaardelijke indexatie en een relatief hoog opbouwpercentage van het ouderdomspensioen. Dit heeft geleid tot hoge winsten in de goede tijden en verlagingen tijdens mindere tijden. SPH heeft voor het tegenovergestelde gekozen; een conservatief beleid met hoge dekkingsgraad en weinig toezeggingen.

Maar wat mag je van een beroepspensioenfonds verwachten?

Zeker bij verplicht gestelde beroepspensioenfondsen (wat zowel SPH als SPOA zijn) is het minste dat je mag verwachten, dat ze verantwoordelijk met het geld van hun deelnemers omgaan. Een belangrijk deel van deze verantwoordelijkheden is in mijn ogen ook het managen van verwachtingen. Hierover zegt SPOA het volgende:

SPOA: “Het fonds is zich tegelijkertijd ook bewust dat het dient om te gaan met de verwachtingen van alle belanghebbenden.” (JAARVERSLAG SPOA 2015) 

Op basis van verwachtingen bepaalt iemand hoe hij zijn/haar verdere pensioen gaat inrichten. Met sterk fluctuerende (verwachte) pensioeninkomsten valt echter moeilijk te plannen. Voor het plannen van je pensioen is het wel zo handig om te weten waar je aan toe bent!

In het managen van verwachtingen is SPH een stuk beter dan SPOA. Zowel in goede als in slechte tijden zijn de pensioenen van SPH relatief stabiel. SPOA kan hier dan ook nog een hoop van leren en dit blijft ook na de aanpassing van het pensioenbeleid een punt van zorg. Ik ben dan ook erg benieuwd hoe SPOA hier mee om zal gaan in de toekomst. Hoe gaan ze bijvoorbeeld voorkomen dat er niet telkens een verlaging moet worden doorgevoerd? Het inperken van het percentage onvoorwaardelijke indexatie en het verlagen van het opbouwpercentage ten opzichte van de premie (en daarmee het vergroten van deel dat naar de buffer gaat) tijdens de algemene aandeelhouders vergadering eind 2017, is daarin een mooi begin. Maar of dit genoeg is om bij SPOA leden in de toekomst niet weer verlagingen te moeten doorvoeren, zal moeten blijken.

Mijn advies voor BPOA-leden luidt dan ook als volgt: Geef bij je pensioenfonds aan dat je een stabieler pensioen wilt en stem voor een conservatiever beleid de Algemene Ledenvergadering van BPOA!

In dit stuk is gesproken over BPOA leden en SPOA. Dit komt omdat beide organisaties nauw verband met elkaar hebben. De openbare apothekers kunnen op vrijwillige basis, zonder kosten, lid worden van BPOA. Deze BPOA leden hebben dan medezeggenschap over de inhoud van de pensioenregeling die voor alle openbare apothekers geldt. De uitvoering van de pensioenregeling geschiedt door het pensioenfonds, SPOA. SPOA heeft deelnemers die actief pensioen opbouwen of inmiddels gestopt zijn met pensioenopbouw. Verder zijn er pensioengerechtigde deelnemers. Al deze deelnemers van SPOA zijn voor een groot deel lid van BPOA.

Deel dit bericht:

Mis nooit nieuws!

Schrijf u in om onze updates te ontvangen, zo vaak als u dat zelf wilt.